Onze dirigent: Wim Reijnders

Wim Reijnders dirigeert het HVE sinds 2006. Hij besteedt veel aandacht aan koorklank, stemvorming en expressiviteit. Hij is bij zijn repertoire keuze steeds op zoek naar werken die niet door iedereen al gezongen worden. 

Wim Reijnders (1958) studeerde aan het Maastrichts conservatorium af in de vakken schoolmuziek/amv en zang. Daarnaast studeerde hij enkele jaren harmonie/fanfare- en koordirectie. Na zijn studie volgde hij masterclasses bij Jos van Veldhoven (koordirectie) en had hij les van Marius van Altena (zang). Sinds zijn zeventiende is hij werkzaam als dirigent; in de beginjaren kinderkoren en kerkkoren, later de traditionele gemengde koren en mannenkoren. Momenteel is hij muziekdocent op enkele basisscholen. Verder dirigeert hij de koren Canzonetta uit Nijmegen, De Nachtegaal uit Waalre en De Burchtsanghers uit Doornenburg. Naast het dirigeren is hij ook actief als koorzanger bij het professionele kamerkoor Ad Mosam en als zangpedagoog bij kamerkoor Cantate uit Venlo.


Hieronder vind je een interview met Wim door het Nijmeegs Mannenkoor uit 2005

 

 

 

 

 

 

 

Wim Reijnders: De koorklank is helder, verre van loom.

 

 

 

 

 

Een kind van de 70er jaren is hij; hij draagt baard en snor, heeft donkerkrullend haar en stond met zijn één-meterzestig (schatting van de redactie) gedurende de herfst van 2005 “op de bok” van het Nijmeegs Mannen-koor.

Zijn naam: Wim Reijnders.

 

 

 

 


Door het Nijmeegs Mannenkoor is hem verzocht tot november de repetities te verzorgen en als gastdirigent op te treden bij de concerten die het koor in november met het Gelders Opera- en Operette Gezelschap (GOG) gaf. Alle reden om eens met deze Limburgse bariton (een zeer welluidende bariton!) kennis te maken. Niet onder het genot van een Brandtje, maar een glaasje gemeentepils. “Er gaat niets boven ons Hollands water”.

Hij woont in het Noordlimburgse dorp Horst, nabij Sevenum, met vrouw en twee kinderen: dochter Anne (7) en zoon Luuk (5). Samen met zijn echtgenote deelt hij de zorg voor hun kinderen; hij bestiert het huishouden en runt het gezin gedurende de maandag en dinsdag; op woensdag, donderdag en vrijdag staat hij “voor de klas”. Hij is vakleerkracht muziek aan een basisschool en dat is in “onderwijsland” meer uitzondering dan regel; het muziekonderwijs wordt op deze Limburgse basisschool in ieder geval au serieux genomen.

Wim: Ik werd tijdens de zomervakantie door Dion Ritten gebeld met de vraag of ik tot en met november leiding zou willen geven aan het Nijmeegs Mannenkoor. Dion heeft me uitgelegd dat het koor tot die periode graag met gastdirigenten werkt. Ik heb die uitnodiging zonder aarzeling aanvaard: het is een buitenkans aan zo’n groot mannenkoor leiding te mogen geven.

 

F: Je kende Dion Ritten? Je kende het Nijmeegs Mannenkoor?
W: Dion was een studiegenoot van me op het Conservatorium in Maastricht. Veel zie ik hem nu niet, maar we hebben veel met elkaar gedeeld. Het Nijmeegs Mannenkoor kende ik uit verhalen. Ik wist dat Hennie Ramaekers uit Maastricht er voor stond.

 

F: Je hebt al ervaring met een mannenkoor?
W: Ja, vijf jaar terug heb ik een 65-koppig mannenkoor in Sevenum gedirigeerd. Nu leg ik me toe op drie gemende koren: een Nijmeegs popkoor dat de naam Multivox draagt, een kamerkoor uit Venlo met de naam Cabaletta en, niet te vergeten, het Venraijs Gregoriaans Koor.

 

F: Veel verschillen tussen koren en muziekgenres?
W: Die verschillen spreken me juist aan, zijn voor mij een uitdaging. Muziek is zo rijk aan variaties. Een wezenlijk verschil tussen het dirigeren van een groot en een klein koor is, dat je bij een groot koor als dirigent niet de mogelijkheid hebt om aan individuele zangers aanwijzingen te geven. Bij een koor van vijftien zangers kan dat wel. Een groot koor dirigeren is daarom niet eenvoudig: je hebt geen andere middelen dan algemene aanwijzingen tot je beschikking om een stuk in te studeren. In de praktijk heeft dat tot gevolg dat het instudeertempo bij een groot koor wat lager is dan bij een klein koor, dat is zo goed als onvermijdbaar. De eerste weken dat ik voor het Nijmeegs Mannenkoor stond, was het in dat opzicht even wennen. Nu we weer een paar repetities verder zijn, merk ik dat het koor en ik al zeer behoorlijk op elkaar zijn ingespeeld. Tijdens de uitvoeringen staat het koor er, daar ben ik van overtuigd.

 

F: Het concertprogramma vergt een gedegen voorbereiding.
W: Ja, en dat is toch bijzonder. Het hele jaar is voor het Nijmeegs Mannenkoor onstuimig verlopen, ik ben de vierde gastdirigent op rij. Menig koor zou hebben gekozen voor een rustperiode, ter voorbereiding op de komst van een nieuwe dirigent. Opvallend dat het Nijmeegs Mannenkoor die weg niet is ingeslagen, tekenend denk ik ook voor de ambities van de leden. Uit de contacten met het bestuur heb ik begrepen dat het ambitieniveau de komende jaren zelfs nog zal worden verhoogd. Knap hoor, hoe jullie van de nood (een onverwachte dirigentenwisseling) een deugd hebben gemaakt! 2005 Is voor het koor op deze manier geen rustperiode, maar juist een heel erg leerzame periode!!

 

F: Wat zijn, na een viertal repetities, je ervaringen met ons koor?
W: De koorklank is helder, verre van loom. Dat laatste wil je nog wel eens zien bij grote koren, maar dat geldt voor jullie gelukkig niet. Er wordt bovendien niet “geschreeuwd”. Wat ik daarmee bedoel is, dat de stempartijen niet de neiging hebben om luider te willen zingen dan de andere partijen. Als dat het geval is, gaat dat zeer ten koste van een mooie klank. Maar jullie koor blijft in balans, dat is beslist niet vanzelfsprekend voor een mannenkoor. Het is een felicitatie waard.

 

F: Zelf ben je een bas-bariton; je richt je opmerkelijk veel tot deze stemgroepen?
W: Ik ben het me niet zo bewust; er valt bij deze stemmen veel te halen en veel te winnen. Overigens zing ik nog zelf als bas-bariton in een koor: Ad Mosam, een kamerkoor uit Sittard.

 

F: Wat vind je van het nu in te studeren repertoire?
W: De optredens in “De Vereeniging” op 14 en 15 oktober zijn in artistiek opzicht wat minder spraakmakend geweest; de liederen zijn gekozen vanwege de thema’s die ze aansnijden, de geschiedenis van Nijmegen, en niet op grond van het muzikale raffinement. Dat hoeft ook niet altijd, ik denk dat de twee avonden in het kader van “Nijmegen 2000” als zodanig zeer geslaagd zijn. Van de optredens met het GOOG, inclusief het Champagneconcert in januari, stel ik me veel voor. Verdi is prachtig, opera is prachtig. Ik heb telefonisch contact gehad met de dirigent van het GOOG, het worden in ieder geval prachtige avonden voor het publiek. Door de afwisseling komt het zonder twijfel aan zijn trekken. Het GOOG is zelf natuurlijk ook een fantastische partner om dit soort concerten mee te geven. Ik zie enorm uit naar de komende concerten en verwacht een waar spektakelstuk, niet alleen visueel maar vooral artistiek! Het koor heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. We weten waar we het tijdens de repetities allemaal voor doen!

 

 

Tekst: Harrie Daudt

 

uit: Fortissimo, december 2005


In memoriam Gerard van de Pas (1946-2015)

Hij was HVE dirigent van 1997 t/m 2004

Afgelopen zaterdag zijn Mieke Mol, Mieke Bonn, Harrie Berkers en ik naar de bijeenkomst geweest ter herdenking van het overlijden van onze oud-dirigent Gerard van de Pas. Hij was 7 jaar dirigent van het HVE, Eigenlijk kun je zeggen dat het HVE in ons 30-jarig bestaan door drie dirigenten is gevormd: Ton Slegers (1985-1995), Gerard van de Pas (1997-2004) en sinds 2006 Wim Reijnders. Daartussen waren er dirigenten die niet erg pasten bij het koor, en dus vlug weer verdwenen.

Behalve van het HVE was Gerard ook dirigent van het koor Marcando in Nuenen. En verder was hij al jaren dirigent van het koor van de parochie Onze Lieve Vrouw in Helmond. Daar was hij ook organist. Toen het hem wat teveel werd: zijn werk als logopedist en drie koren, heeft hij afscheid genomen van het HVE. Marcando heeft hij geleid tot vorig jaar, toen het niet langer meer kon.

In het jubileumboekje van het HVE vertelt Gerard over wat hij als hoogtepunten beleefde bij het HVE: het dubbelconcert met Marcando, het concert op de binnenplaats van het kasteel, samen met mimespelers, het jubileumconcert in 2000 met stukken van Vivaldi en Purcell, en vooral de verschillende uitvoeringen van de Mattheus Passie van Schütz. 

De herdenkingsdienst voor Gerard werd gehouden in een vrijwel geheel bezet Speelhuis in Helmond. Het Speelhuis in Helmond is nu gevestigd in de Onze Lieve Vrouwe kerk, waar Gerard dus vele jaren het koor heeft geleid en het orgel heeft bespeeld. 

Tijdens de herdenkingsbijeenkomst werd er veel gezongen door drie koren die aanwezig waren: Marcando, het parochiekoor (dat kennelijk nog steeds bestaat ondanks de sluiting van de kerk) en het Sons kamerkoor, dat Gerard de laatste jaren ook dirigeerde. O.a. werd gezongen "Man that is born of a woman" van Purcell, ons natuurlijk welbekend. Bij het komende passieconcert zingen we het weer, maar dan in de versie van John Rutter.

Het was een waardige en warme afscheidsbijeenkomst, waar o.a. enkele keren naar voren kwam dat Gerard tot op het laatst belangstelling bleef houden voor zijn omgeving, de mensen om hem heen, zodat een bezoek aan hem niet "zwaar" was. Levenskunst noem je dat. Ook wij hebben hem ervaren als een dirigent met niet alleen een passie voor de muziek, maar ook met een warme belangstelling voor de sociale en persoonlijke aspecten. 

Ton Slegers had het HVE opgericht en was 10 jaar een bevlogen dirigent. Hem opvolgen was geen eenvoudige opgave. De eerste poging faalde. Maar Gerard kon de uitdaging met ons aan. Anders dan Ton, maar het koor is er aan gegroeid. Hij is, helaas, te jong overleden. We herdenken hem in dankbaarheid en wensen Mieke en hun kinderen veel sterkte om zonder hem verder te leven.

 

Kees Smedema